Brussel heeft nog steeds een hoofd vol dromen

In de hal van de Raad worden grote rollen blauw tapijt in een verhuiswagen geladen

Amsterdam, gebouw voorzitterschap EUDe tastbare herinnering aan het Nederlandse voorzitterschap verdwijnt meter voor meter. Voor mij is de laatste maand ingegaan. Het voelt als de jaarlijks terugkerende laatste dagen op de Zuidfranse camping waar ik kwam met mijn ouders, broer en labrador. Alle ingrediënten zijn daar: een emotioneel afscheid, een onbestemd gevoel van een naderend einde en zelfs het eten van een Solero-ijsje. Dat laatste in de kantine van de Commissariskabinetten in plaats van bij het zwembad, dat dan weer wel. En natuurlijk is daar naast het onbeduidend aanstaand vertrek van 600 Blue Book trainees een dreigend afscheid van wereldformaat: de uitslag van het Britse referendum hangt als een grote boze wolk boven Brussel en al haar pro-Europa-inwoners.

Zelf miste ik EU D-Day vanwege belangrijke verplichtingen in Nederland in de vorm van een concert. Op vrijdagochtend werd ik wakker met een “head full of dreams”. Maar dat duurde niet lang. Een snelle blik op mijn telefoon vertelde me genoeg: te veel knipperende lampjes. Berichten van teleurgestelde vrienden. Hartenkreten van Britten die vrezen voor hun toekomst na een studie aan het brexitCollege of Europe, ontspoorde groepsapps vanwege niet goed vallende grappen en ongewenste politieke analyses. Het grootste gedeelte van de dag kijk of lees ik nieuws. Wanneer ik op dinsdagochtend om vier uur eindelijk thuis kom in Brussel (bedankt, kapotte treintunnel), hangt er een gigantische EU-vlag in mijn woonkamer. Hier word ik een klein beetje ongemakkelijk van. Vlaggen als statement en Nederlanders gaan geloof ik niet zo goed samen.  Het blauw met gele sterren steekt extra af tegen de witte gordijnen met zwarte vogels, maar soit. Vanwege de omstandigheden doe ik maar alsof ik het niet zie.

Maar Europa is niet alleen de EU. En daar worden we aan herinnerd door voetbal. Vanwege Brussel verlatende vrienden komen we op donderdag met zo’n dertig man samen op Place Luxembourg, ook wel ‘Plux’ genoemd in de eurocratenmond, voor Portugal-Polen. We hebben allemaal een jaar in Warschau gewoond, dus de meesten zijn toch een tikkeltje teleurgesteld aan het einde van de avond. De volgende dag kunnen we ons huidige gastland aanmoedigen. Na een drukke werkdag trek ik met een Vlaamse vriend naar Flagey, een plein waar altijd van alles gaande is. Een van de fantastische dingen aan de cafés is dat je eten mee naar binnen mag nemen. Ik had me heilig voorgenomen in deze blog niet opnieuw over koffie of eten te schrijven, maar zoals Napoleon al begreep: “een leger marcheert op zijn maag”. Helaas was de keizer niet zo goed in het toepassen van deze levenswijsheid: in 1812 waren alle ossen per ongeluk al opgegeten na een paar weken. Flagey plein Brussel BelgiëIkzelf, diehard vegetariër, houd het bij take away pasta, die ik meeneem naar wat de optimist zou beschrijven als een authentiek café. We zijn erg vroeg. Op een van de rode banken zit een zenuwachtige man die ons streng verbiedt op de beste plekken te gaan zitten. Halverwege de tweede helft veroorzaakt onze tv kortsluiting. Er is geen licht en geen voetbal. België verliest. De regen stroomt door de straten.

Maar mensen uit heel Europa en daarbuiten blijven samen komen in de Brusselse cafés. Flagey is stampvol en gezellig. Er wordt gediscussieerd over politiek, voetbal en plannen voor de naderende zomer. De haast onophoudelijke regen van de afgelopen maand, het Britse referendum of het vertrek van vrienden houdt niemand tegen. Brussel heeft nog steeds een hoofd vol dromen. Op naar de laatste maand.