Bikkelen (en genieten) bij de Raad

Soms moet ik mezelf nog even in de arm knijpen: is dit echt?

Ekkelenkamp AlexandraNa jaren anderen te hebben begeleid, werk ik dan eindelijk zelf ook bij de EU. Maar ik kan het nog niet altijd geloven. Dit gevoel bekruipt me op de vreemdste momenten. Bijvoorbeeld tijdens een vergadering over lopende contracten of financiële zaken- in het Frans. Of, spannender, wanneer ik diep in de nacht afdaal naar het perscentrum om een praatje te maken met wat journalisten die gespannen wachten op de uitslag van de Europese Raad. Maar ook nu: ik schrijf dit blogje op mijn tablet, zittend tussen de strakke grijze pakken in de Eurostar naar Londen (mijn jasje is geel). Regelmatig reizen hoort bij mijn werk; eerder woonde ik o.a. een conferentie bij in de VS. Vandaag zal ik een bijeenkomst bijwonen georganiseerd door Twitter.

Jawel, Twitter. Mijn functie bestond een paar jaar geleden dan ook niet. Ik ben persvoorlichter bij de Raad van de EU, verantwoordelijk voor social media, online videostreaming en crisiscommunicatie. In vaste dienst, want ik ben -na meerdere pogingen- geslaagd voor het concours. Als ik mijn proeftijd van negen maanden overleef, mag ik blijven. Dat betekent zeer waarschijnlijk een carrière bij de EU, waarbij ik om de zoveel jaar kan wisselen van functie, EU-instelling en zelfs van land- mocht ik dat willen. Maar dat is nog niet aan de orde; op dit moment geniet ik enorm van mijn huidige baan.

Van Rompuy, HermanPittig is het wel. Werken bij een persdienst betekent: niet lullen, maar poetsen. Hard werken, lange dagen, regelmatig (‘s nachts) overwerken en op rare tijdstippen gebeld worden. Maar het is superleuk; ik doe heel uiteenlopend werk en zit dicht bij de politieke top. Ik adviseer het kabinet van Van Rompuy op social mediagebied, draag zorg voor de social mediakanalen van de Raad en spot nieuws voordat het nieuws is (vooral op Twitter). Daarnaast train ik collega’s, geef ik regelmatig presentaties en ben ik verantwoordelijk voor onze social mediastrategie. Helemaal in mijn straatje. Ik merk wel dat ik mijn takenpakket nog niet helemaal overzie: de komende weken en maanden moet ik me echt meer gaan verdiepen in videostreaming en crisiscommunicatie; daar is het nog niet echt van gekomen.

Gelukkig zijn mijn collega’s geduldig- ze gunnen me wat tijd om te wennen en ingewerkt te raken. Mijn collega’s zijn trouwens fantastisch. Ze komen uit heel Europa, spreken minstens 3 talen vloeiend, en werken keihard. Van 9 tot 5 kennen ze niet, of het moet van 9 tot 5 ‘s nachts zijn. Een Europese Raad is dan ook geen kinderachtige gebeurtenis: meer dan 1000 journalisten in het pand en 27 delegaties die tot diep in de nacht onderhandelen. Om dit mogelijk te maken hebben we een persdienst die bestaat uit persvoorlichters, fotografen, video editors, techneuten, en een ijzersterk secretariaat dat alles coördineert.

kantoorpand Raad van de Europese UnieWat ik nog het leukste vind aan mijn collega’s zijn de verschillende talen en (eet)culturen die ze met zich meebrengen. Veel collega’s hebben ouders die uit verschillende landen komen; ik heb bijvoorbeeld Frans-Britse en Spaans-Duitse collega’s. Andere collega’s zijn afkomstig uit meertalige grensstreken, velen hebben als kind in het buitenland gewoond (ik pas in die laatste categorie). Vrijwel iedereen deelt een liefde voor vreemde talen, andere culturen en reizen. En dat maakt het wel heel inspirerend om op mijn afdeling -en in bredere zin, bij de Europese Instellingen- te werken. Ondanks de drukte en soms de stress, geniet ik dan ook met volle teugen van mijn nieuwe internationale werkkring. De vraag “Is dit echt?” zal ik mezelf af en toe nog wel stellen. Maar de belangrijkste vraag, “Hoor ik hier thuis?” kan ik in elk geval beantwoorden met een volmondig ja. En een hele grote glimlach.