19 maart 2010, 06:13
Netwerken in Brussel
Een paar weken geleden organiseerde ik, namens de PV EU, de stagiairebijeenkomst van de PV EU in de delegatiekamer bij de Raad. Elk land heeft een eigen delegatiekamer. Oud staatssecretaris Timmermans schreef daar eens over:
“Het belang van informele contacten tijdens zo’n Europese Raad kan moeilijk worden overschat. De delegatiekamers van alle lidstaten bevinden zich op de zevende verdieping van het Raadsgebouw – één van de lelijkste en meest gebruikersonvriendelijke kantoorkolossen op het westelijk halfrond. Vanuit die kamers heb je toegang tot een dakterras, in het midden waarvan een glazen dak het atrium afsluit waarin, zeven verdiepingen lager, de verzamelde Europese journalisten aan het werk zijn. Rond dat glazen dak loopt een balustrade waaraan her en der plukjes regeringsleiders en ministers even een luchtje staan te happen of een sigaretje opsteken. Een uitgelezen moment om dan even naar je collega’s toe te lopen om de stemming te peilen, informatie uit te wisselen of mogelijke compromissen in de week te leggen.”
Informele contacten zijn in Brussel van heel groot belang en niet alleen op ministerieel niveau. Het is één van de redenen waarom de PV EU de stagiairs en trainees die in Brussel rondlopen bij elkaar brengt. Door elkaar te leren kennen, ontstaan er netwerken waarin de starters razendsnel informatie uitwisselen.
Nederlanders moeten het netwerken meestal wel zichzelf aanleren, het gaat niet geheel vanzelf. Op zich niet erg, bewustwording is het halve werk. Voor Italianen daarentegen is netwerken een tweede natuur: de Italiaanse gemeenschap helpt elkaar zonder nadenken. Hun grote aanwezigheid binnen het Commissietraineeprogramma is hier ook een sprekend voorbeeld van.
Het traineeprogramma van de Commissie, het bluebooktraineeship genoemd, neemt elk half jaar 500 trainees aan. Hoe ze het precies doet weet niemand, maar elk half jaar zijn bijna 100 van de 500 Commissietrainees Italiaans. Nederland doet het de laatste tijd ook niet verkeerd. Een steeds groter groeiend aantal jonge academici is geïnteresseerd en de Nederlandse PV helpt ze bij het netwerken.
Voor het netwerken moet je daarnaast ook wel weten wie je moet benaderen en vooral hoe. Dat sommige mensen daar heel bewust van zijn, bleek uit het verhaal van een van de stagiairs. Voor het krijgen van haar traineeplaats stuurde ze haar CV en motivatie naar de afdelingen waarin ze interesse had. Ze vertelde dat ze na enkele dagen altijd belde. Echter, dat deed ze niet in de ochtend of de middag. “Je kunt het beste na zes uur bellen, dan is de secretaresse naar huis en heb je dus een grotere kans om gelijk het Head of Unit aan de telefoon te krijgen”, voegde ze toe. Ja, je moet er maar aan denken…
Kortom, men kan bijna zeggen dat het informele contact in de zoektocht naar een stage of baan een vast onderdeel is. Het toont volgens mij ook iets van je persoonlijkheid: doorzettingsvermogen, gevoel voor relaties, netwerker en het wordt dus gewaardeerd. De Nederlandse PV helpt Nederlanders hierbij want vooral als je niet in Brussel zit, ken je niet veel EU-ambtenaren die je kunnen helpen. Voor stagiairs doen wij dat, maar natuurlijk doet de PV EU dat ook voor laureaten.
