21 juli 2010, 16:31
Genieten van 23 talen: linguïst bij de EU
Donderdag 15 juli organiseerde WerkenbijdeEU.nl een informatiebijeenkomst over werken bij de EU als tolk of jurist-vertaler. Het was een goedbezochte bijeenkomst, waarbij een levendige discussie ontstond tussen de sprekers en het publiek. Hans te Winkel (Europese Commissie), Roger Steinmetz (Europees Hof van Justitie) en Marloes van Laak (Europees Parlement) vertelden over hun dagelijkse werkzaamheden en lieten hun licht schijnen over de komende linguïstenconcoursen.
Werken als jurist-vertaler: meer dan vertalen alleen
Hans te Winkel werkt bij de Europese Commissie als juridisch reviseur. Volgens Hans gaat het bij vertalen niet zozeer om het vertalen van woordjes, maar om het goed overbrengen van de boodschap: “De meeste verdragen zijn al in verschillende talen beschikbaar. Maar waar je in het Frans nog wegkomt met een vage formulering, moet je in het Nederlands veel concreter zijn. Door bijvoorbeeld ook de Duitse tekst ernaast te leggen, kunnen we beter inschatten wat de Nederlandse vertaling moet worden.” Vanwege de juridische implicaties is het belangrijk nauwgezet te vertalen: wanneer gebruik je bijvoorbeeld het woord recht, wanneer gebruik je het woord wet? In het Spaans heb je 2 woorden voor kind, welke vertaling gebruik je wanneer? Dit is vooral een probleem voor de Spaanstalige jurist-vertalers: als Nederlander zul je alleen naar je eigen taal vertalen. In je dagelijkse werk kom je dan ook vooral in aanraking met collega’s van dezelfde taalgroep. “Maar,” zo merkt Hans op, “vergis je niet: ook tussen Vlamingen en Nederlanders bestaan er veel cultuurverschillen.”
Parlez-vous français?
Moet je nou écht goed Frans spreken om aan de slag te kunnen bij de EU? Deze bezorgde vraag krijgen we regelmatig, maar het taalvaardige publiek van vanavond maakt zich hier geen zorgen over. Toch benadrukt Roger Steinmetz, jurist-vertaler bij het Europees Hof van Justitie, het belang van deze taal. Hoewel de meeste EU-instellingen grotendeels zijn overgestapt op het Engels als werktaal, is het Hof nog francofoon. Zelfs eenvoudige mededelingen op kantoor (liften die niet werken, het lunchmenu) zijn in het Frans. Als jurist-vertaler moet je allereerst een afgeronde rechtenstudie op zak hebben, maar Roger adviseert het publiek om ook te investeren in het Frans. Hans valt hem bij: “Sommige mensen laten zich afschrikken door het Frans en solliciteren dan liever naar een baan bij de Raad, de Commissie of het Parlement, waar Frans niet verplicht wordt gesteld. Voor jurist-vertalers zijn daar echter maar een handjevol vacatures- en het duurt nog even voor ik met pensioen ga.” De zaal lacht. Roger vult aan: “Verreweg de meeste vacatures voor jurist-vertalers vind je bij het Europees Hof van Justitie. Een intensieve zomercursus Frans voordat je je inschrijft voor het concours, is dus wel de moeite waard.”
Tolk bij het Europees Parlement
“Bij het Europees Parlement zijn er te weinig Nederlandse tolken; de meeste Nederlandstalige tolken zijn Vlaams. Dat is toch jammer, want het Vlaams is echt anders dan het Nederlands zoals wij dat spreken,” aldus Marloes van Laak, tolk bij het Europees Parlement. Waar ligt die gebrekkige instroom van Nederlanders dan aan? Marloes geeft een paar oorzaken: het ontbreken van een universitaire tolkenopleiding in Nederland, het niet willen emigreren uit Nederland en misschien ook de hoge eisen die aan tolken bij het EP gesteld worden. Het beroep van tolk is in essentie een dienend beroep: je moet goed kunnen luisteren en vooral niet teveel je eigen draai willen geven aan de boodschap die je overbrengt. Marloes merkt op dat dat wellicht verklaart waarom de meeste tolken vrouw zijn. Verder moet je een brede belangstelling hebben en collegiaal, flexibel, en representatief zijn. Stressbestendigheid is ook belangrijk, vooral tijdens het simultaantolken: “Je moet dan echt rustig blijven. Niet te snel gaan praten, niet woord voor woord vertalen, maar echt de boodschap overbrengen. Daar heb je stalen zenuwen voor nodig.” Het werk als tolk is afwisselend en divers, elke week ziet er anders uit. Voor haar werk reist Marloes veel tussen Brussel en Straatsburg, maar ook naar andere EU-landen of daarbuiten. Naast het tolken in de cabine tijdens plenaire zittingen van het Parlement tolkt Marloes ook voor delegaties en fracties. Als ze tijd vrij heeft, dan gebruikt zij die om bij te leren. Het is dan ook geen wonder dat ze maar liefst maar liefst zeven talen beheerst. Ter vergelijking: een beginnende tolk bij de EU dient op zijn minst twee vreemde talen te beheersen naast zijn eigen moedertaal.
Het linguïstenconcours: afvalrace én kennismaking
Nu de bezoekers een beter beeld hebben gekregen van wat tolken en jurist-vertalers doen bij de EU, rest nog de vraag hoe er binnen te komen. Wie in vaste dienst wil treden bij de EU zal moeten slagen voor het linguïstenconcours. Alexandra Ekkelenkamp, voorlichter van WerkenbijdeEU.nl, licht toe: “De eerste ronde van deze selectieprocedure bestaat uit computertests waarin numeriek, abstract en verbaal redeneervermogen worden gemeten. Je zult tests moeten afleggen in je eerste, maar ook in je tweede en eventueel je derde taal. Slaag je voor deze tests? Dan volgt een assessment dat bestaat uit een gestructureerd interview, een groepsopdracht en een mondelinge presentatie. Ook moet je een praktische taaltoets afleggen.” Al met al een pittige selectieprocedure, vindt ook het sprekerspanel. Wat is nu de beste voorbereiding op deze tests? Alexandra raadt aan om vooral veel te oefenen: het is lastig om binnen een paar weken beter te leren rekenen, maar iedereen kan slimme strategieën aanleren om binnen de tijdslimiet vragen goed te beantwoorden. WerkenbijdeEU.nl biedt hiervoor een overzicht van nuttige websites en literatuur, en een online concourstestplein. Hans te Winkel, zelf oud-jurylid bij eerdere concoursen, heeft nog een waardevolle tip voor jurist-vertalers: “Als je je gaat voorbereiden, kijk dan ook eens op de website van Eurlex: je vindt daar Europese wetgeving in alle talen van de Unie. Het is zeker zinvol om eens verschillende vertalingen van één tekst naast elkaar te leggen en deze te vergelijken. Wat valt je op? Hoe zou jij het doen?” Op de vraag hoe je je het beste kunt voorbereiden op een gestructureerd interview (voorheen het jurygesprek), antwoordt Hans dat de jury vooral wil weten wat voor vlees zij in de kuip hebben. Past een kandidaat wel binnen de werkomgeving van de Europese Instellingen? Kan hij zich echt opstellen als EU-ambtenaar, of spelen nationale gevoelens nog een rol? Hans vertelt: “Ik vroeg eens aan een Griek of hij zich kon voorstellen dat hij betrokken zou zijn bij een rechtszaak van de EU tegen zijn eigen nationale overheid. Hij vond dat lastig.”
Tijdelijke medewerkers gezocht bij het Europees Hof van Justitie
Naast het concours zijn er echter ook andere manieren om te werken als jurist-vertaler bij de EU. Roger Steinmetz kondigt aan dat het Europees Hof van Justitie dringend op zoek is naar Nederlandse jurist-vertalers op tijdelijke basis, en roept alle aanwezigen op te solliciteren. Je vindt de vacature op de Curia-site, waar vaker dit soort informatie te vinden is.
Leven na het concours
Voordat je bij de EU aan de slag kunt gaan als tolk of jurist-vertaler, moet je dus een heel traject afleggen. Maar het is wel de moeite waard, beamen alle sprekers. De Europese Unie is een goede werkgever: het werk is inhoudelijk interessant en afwisselend en de arbeidsvoorwaarden zijn goed. Werk en gezin combineren lukt meestal aardig, maar het hangt echt van je partner af. Zo begon Hans te Winkel ooit bij het Hof, maar heeft hij Luxemburg toch verlaten omdat zijn partner er niet kon aarden. Brussel en de Europese Commissie zijn gelukkig een goed alternatief. Marloes’ gezin bestaat uit echte Europeanen: niet alleen zijzelf, maar ook haar partner en een van de kinderen werken bij de EU. Dat scheelt: er is begrip voor de onregelmatige werktijden en de vele dienstreizen. Roger heeft er geen spijt van dat hij Nederland heeft verlaten: hij “mist alleen het strand.” De sprekers genieten van alle verschillende talen en culturen om zich heen, zowel op de werkvloer als privé. Een echte Luxemburger of Brusselaar zul je niet worden, maar je hebt wel vrienden uit heel Europa.
