23 juli 2010, 14:41
Nederlanders bij de EU
Er wordt wel eens gezegd dat de Nederlandse aanwezigheid in Brussel laag is. Gelukkig klopt dit algemene beeld eigenlijk niet. Nederland is relatief goed vertegenwoordigd in het EU-ambtenarencorps. Om er even wat statistiek tegenaan te gooien: 3,4 procent van alle EU-beleidsmedewerkers en bijna vijf procent van alle hogere leidinggevenden is Nederlands. Nederland telt drie directeuren-generaal, het hoogste niveau binnen de Commissie: dat is 8 procent van het totaal! Afgezet tegen ons totale EU-bevolkingsaandeel van 3,3 procent (Europa telt 500 miljoen inwoners en Nederland 17 miljoen) is dat niet verkeerd.
Toch is er behoefte aan meer Nederlandse EU-ambtenaren, vooral beginnende beleidsmedewerkers, want daar zit de kink in de kabel: er zijn maar weinig instromers uit ‘Les Pays-Bas’. Dat is natuurlijk niet heel vreemd gezien de uitbreidingen van 2004 en 2007, in totaal 12 nieuwe lidstaten. Ook zij wilden hun plekken bemachtigen binnen de Europese wetgevingsmachine. De Letten, de Polen, de Hongaren, etc. hebben inmiddels het concours gehaald, gelobbyd en werken al enige tijd binnen de instellingen. Het beruchte quotum (sommige directoraten-generaal mochten alleen mensen aannemen van nieuwe lidstaten) is bijna verleden tijd.
Instroom van vrouwen bij de EU
Naast instromers is er ook behoefte aan meer Nederlandse vrouwen binnen de instellingen. Wederom wat cijfers: slechts 21 procent van de Nederlandse EU-ambtenaren is vrouw, terwijl het EU-gemiddelde op 38 procent staat. Nederland is zeker niet het enige land dat met dit probleem kampt. Het probleem staat daarom al enige tijd op de agenda van de Europese Commissie. De Commissie hanteert bijvoorbeeld jaarlijkse streefcijfers voor de aanwerving en benoeming van vrouwen. Binnen verschillende directoraten-generaal zijn coaching- en trainingprogramma’s beschikbaar voor vrouwen. De Permanente Vertegenwoordiging heeft de laatste jaren stappen ondernomen voor een betere positie van de Nederlandse vrouwen binnen de EU-instellingen. Zo probeert de Vertegenwoordiging de netwerken van vrouwen te versterken onder andere door lunches te organiseren waarin vrouwen elkaar kunnen ontmoeten en werkt de PV samen met het Nederlandse Brusselse Netwerk voor Vrouwen (Brussels NV).
Nederlanders en het concours
Kortom, het glas is halfvol of halfleeg. We zijn goed op weg, maar het kan altijd beter. Het nieuwe concours is volgens mij goed nieuws: meer competentiegericht dan kennisgericht en bijna twee keer zo snel als voorheen (nu nog maar ongeveer negen maanden). Nederlanders zijn niet gewend feitjes te stampen, maar ze zijn goed bekend met groepswerken. Dit sluit aan bij de nieuwe manier van werven in de EU. Ondertussen heeft EPSO deze week de kandidaten geïnformeerd die door zijn naar de tweede ronde, het assessment. En het blijkt zelfs dat de Nederlanders het relatief het beste hebben gedaan in de eerste ronde. In het verleden waren Nederlanders al goed in het concours. Het lijkt erop dat er sprake is van een positieve trend!
